
-En het werd dinsdag-
Op dinsdagochtend zaten wij al om kwart voor 8 op de poli… de hematologie poli waar geen koffie apparaten zijn.
Een poli die mistroostig helemaal in een hoekje zit, een echte wachtkamer is er niet. Er staan wat stoelen voor de spreekkamers. Niemand heeft zich denk ik ooit gerealiseerd dat dit zo’n mistroostige omgeving, het kanker gevoel alleen maar vergroot.
De hematoloog was er nog niet. Niet veel later, kwam hij in zijn sportieve fietskleding-outfit en wielrenschoenen met klikkers langs ons heen lopen.
Inwendig zal hij vast gemopperd hebben;
‘Wat doen die mensen hier zo vroeg’?
Ik kende de man nog van meer dan veertien jaar geleden. Toen ik zelf nog jonger en een aantal kilo’s lichter was. Toen hij langsliep zag ik dat dat niet alleen voor mij gold.
Bij binnenkomst herkende hij mij: ‘he jij hebt hier ook gewerkt’.
Ik had vertrouwen in hem, ik wist ‘dit is een menselijke arts’. Ik was blij dat hij mijn hoofdbehandelaar werd.
Hij had de behandelpapieren naast elkaar uitgestald en na de woorden. ‘Wij gaan hoe dan ook behandelen!’. Was ik gerustgesteld, kom maar op! voor de behandeling was ik niet bang!
‘Het maakt niet uit of het in meerdere organen zit. Het zit namelijk al in de organen. Voor nu maakt het niet zoveel uit in welke het allemaal zit’. ‘Die PETScan is puur een referentie voor de chemo en de behandeling’. Een 0 meting dus (nou ja 0…).
Hoop! Mijn hele lijft slurpte deze woorden op, en lichtelijk overmoedig dacht ik: ‘dan wil ik in Utrecht behandeld worden want dat is makkelijk met werk’.
Hij keek mij ietwat ongelovig meelevend aan en zei:
‘Je zit in stadium 4, deze behandeling duurt een jaar, ga ervanuit dat je dit jaar niet zult kunnen werken’.
Pats, daar ging mijn hoop weer, even dacht ik.
‘Dan moet ik toch wel heel ziek zijn’.
Het bracht mijn aandacht naar het behandelplan. Ik zag de namen van de chemo’s door elkaar dwarrelen, zich vastnestelen aan een geheugenspoor onder een dikke laag stof in mijn herinnering. Ik (her)kende namen van destijds, als zorgverlener. Ik zag de hardcore kankerpatiënten van vroeger voor mij. Kaal, uitgemergeld, beenmergtransplantatie. Beelden zoals op tv. De echte kankerpatiënten.
Onderwijl hij doorging met de uitleg kwam er nog meer besef en tegelijkertijd ook een afkeer want;
‘Dit kan niet over mij gaan’. ‘Ik kon niet die kankerpatiënt zijn’.
Even brak ik en besefte dat dit wel over mij ging. Ik was die kankerpatiënt tegenover die hematoloog, met een ongemakkelijk uitziende co-assistent naast hem die ook geen idee had waar hij moest kijken. De hematoloog waar ik in het verleden zo nu en dan de visites meeliep langs de ‘echte’ kankerpatiënten.
Dit ging over mij.
-Ik ben de echte kankerpatiënt-.
Hij keek mij aan en huilend zei ik ‘ ik kan gewoon niet geloven dat het over mij gaat’. Even was er contact van zorgverlener naar zorgverlener. Hij zei: ‘ ik besef mij ook nu weer dat je als zorgverlener niet gevrijwaard bent van ziek worden’.
Stilte viel er in de lucht, in die stilte zat verbondenheid.
Hij als mens, als zorgverlener. Ik als mens, als zorgvrager.
Vervolgens schoot ik weer naar de analyse. Ik wilde antwoorden, ik wilde een verklaring. Waarom had ik op mijn 46e mantelcellymfoom gekregen, een vorm van Non Hodgkin? Een borstkanker had ik misschien nog begrepen of een baarmoederhalskanker, ik zat desnoods al even in de PAP2 screening.. maar een zeldzame vorm van Non-Hodgkin?.
-Nooit gerookt, wel geleefd, genoten, bourgondisch, genietend van wijn en grote borrelplanken met veel verschillende kazen, soep met extra blokjes bouillon, van taarten met echte slagroom, van streetfood in Azië, en gefrituurde vis met Ugali in Afrika . Een BMI die weliswaar iets boven de marge uitviel maar desondanks een sportief en groente en fruitrijk bestaan. Schaatsen, spinning, fietsen, hardlopen, body-balance. Geen hoge bloeddruk, geen diabetes en geen hoog cholesterol. Al die longinfecties van de afgelopen anderhalf jaar waren nu verklaarbaar maar waren achter gezien enkel een symptoom geweest. Een symptoom van kanker-.
“Waar was het mis gegaan? Waar had ik het gemist?”
De hematoloog gaf aan dat er geen verklaring was, ergens is er iets misgegaan in de mutatie van de cellen. Een foutje, gewoon pech.
Hij ging verder met informatie delen.
Mijn haar zou binnen drie weken na de eerste kuur uitvallen en ik zou ook direct in de overgang komen.
‘Of ik mijn eicellen nog wilde invriezen?’
Toch durfde hij ook voorzichtig positief te zijn, ondanks dat hij niet kon zeggen dat het zou genezen of hoeveel jaar ik nog zou hebben voordat het terugkwam. Misschien wel 10? Juist door mijn relatief jonge leeftijd en verder gezonde lichaam.
Ik viel weer terug in mijn gevoel, maar ook in een soort rust.
Ik ademde uit:
‘Als dit het is, dan is dit het, en wij zullen het wel zien’.
Lees mijn volgende verhaal:
Ja, als ik terug kon in de tijd dan wel met jou.

