Winter
Dagen tussen de chemo’s trekken soms langzaam voorbij in een dichte mist.
De lichtpuntjes op een dag bestaan uit: de post, bezoek en wandelingen in het bos. Godzijdank blijf ik ondanks de chemo nog steeds die 2000 stappen aantikken. 2000…. Ik begon op 7000, daarna werden het er 5000. De hematoloog gaf aan; ‘als je de 2000 haalt per dag gedurende het gehele voortraject op het stamcel gebeuren vind ik het heel knap’. Inmiddels zit ik dus gemiddeld op de 2000..
Ik loop veel in het bos alleen, en met iedereen! die met mij mee wil lopen. De chemo’s en de ziekenhuisbezoeken zijn de constante factor in mijn leven. Wat hierna komt hangt als een soort donderwolk in de verte boven mijn hoofd. Ik hoor het al rommelen maar het is nog te ver weg om te gaan tellen hoeveel tellen er tussen de bliksem en de donder zit.
Het is nog te ver weg om te kunnen schuilen.
Ik weet hoe dan ook, hij komt dichterbij.
Het bos met zijn oneindig oude bomen zorgt voor zuurstof.
Bomen die niet vragen, enkel nemen en geven.
Het bos vangt mijn verdriet en geeft mij er soms onverwacht vreugde voor in de plaats.
Op slechte dagen kan ik niet zoveel, op goede dagen leef ik voor drie.
Op een koude winterochtend zittend in mijn blauwe queen Anne stoel naast de houtkachel (die ik tegenwoordig in de ochtend al aansteek), zie ik de auto van de thuiszorg voor mijn deur stoppen.
Oh ja.. zij komen voor mij.
Vandaag een verpleegkundige van mijn leeftijd ongeveer.. Soms heb je een natuurlijke klik met iemand waardoor ik direct voel, ‘het komt goed’. Ik hoef niets te zeggen, niets uit te leggen.
‘Zij weet het’.
Ik laat haar binnen.
Onbewust herken ik soms mensen.. maar vaak ben ik degene die wordt herkend. Blijkbaar zie ik er altijd hetzelfde uit..(zelfs zonder haar). Naam en geboortedatum zullen ook helpen :-).
Zij herkende mij, terwijl ik haar het verbandmateriaal liet zien wat ik van het ziekenhuis had meegekregen.
Een oude bekende
Samen gewerkt, lang geleden, in het ziekenhuis.
De herinneringen komen bij mij ook terug.
Het wereldje is klein.
Gek, maar dat vergeet je niet.
De band voelt als vanouds.
Oud collega’s,
‘Één van ons’
-Zoals de hematoloog in de overdracht naar het hematologisch centrum had geschreven en even voelde ik trots, toen ik het las-.
In gedachten zie ik de oud collega’s van de afgelopen maanden langskomen.
Oud collega’s die bij het lezen van mijn dossier, de naam en geboortedatum zien en denken ‘ het zal toch niet’.
De collega die mij zag en tegelijkertijd dacht.. ‘ Nee, ik kan het nog even niet aan’. Er met het eten delen niet omheen kon en vervolgens zei: ‘Ik wil gewoon nog even niet weten dat jij het bent’.
Confronterend en verdrietig, ik snap het zo goed. Als verpleegkundige ben je mens.
De collega met wie ik veel heb samengewerkt en al zeker 15 jaar niet had gezien, een geruststelling dat zij bij mijn eerste zware kuur avonddienst had. Net nu er weer een naaldje was gesneuveld. Ik moest wederom een nieuwe naald. Eigenlijk durfde zij het niet. Zij wilde mij geen pijn doen. Ik wilde juist dat zij het deed. Samen bepaalden wij de plaats en zette zij hem in een keer goed.
De oud collega die voor haar nachtdienst nog even bij mij kwam met allemaal cadeautjes, de oud collega’s van wie ik af en toe nog steeds een kaart krijg.
Ten slotte de oud- collega die mij tijdens de laatste dagbehandeling in het streekziekenhuis (voor ik over zou gaan naar het hematologisch centrum) er doorheen sleepte na zoveel ellende en opnames. Ik moest huilen toen ik haar zag. Ik wist direct ‘vandaag gaat het goed’.
Oud collega’s!
Dat schept een band voor altijd.
In het Hematologisch centrum werken geen oud collega’s met wie ik heb samengewerkt of collega’s uit mijn werkend leven (een geheel andere regio).
Heel erg fijn! hier ben ik de zorgvrager en niet de verpleegkundige of de docent.
Inmiddels ben ik gewend aan mijn zorgvragersrol en even had ik het dus ook niet verwacht dat er een oud collega voor mijn deur stond.
Gesprekken als vanouds.
Herinneringen aan die tijd:
‘Weet je nog?’, ‘ met wie heb jij nog contact?’, wat zou er van die en die geworden zijn?’, ‘wist je dat?’.
Zucht, stilte.
Verzonken in herinneringen is het even stil, beiden in gedachten aan;
De tijden van weleer en de mensen die dit hebben gekleurd.
Even lijkt het op een gezellig bijklets-moment.
Gewoon als oude collega’s, waarbij je elkaar toevallig op de markt tegenkomt en tussen het fruit en de kaas met de geur van verse kibbelingen in je neus staat bij te kletsen.
Gezellig, vertrouwd, grappig.
En toch..
In de stilte realiseren wij ons beiden.
Wij zijn hier niet om bij te kletsen als oud-collega’s.
Ik voel het terwijl zij mijn PICC- lijn doorspuit, de koude vloeistof trekt door mijn schouder, ik proef de zoute smaak in mijn mond,
Ik ben zorgvrager, ik ben patiënt.
Mijn ogen vinden die van haar,
Mededogen
Ergens tussen verpleegkundige en patiënt
Sta ik aan de andere kant.

Vorig verhaal: ‘Ook mét haar ben je prachtig!’
Volgend verhaal: De lastige zorgvrager
