‘Kan het lezen van een roman je helpen om leiderschap te tonen?’
Leiderschap blijft soms abstract begrip, je kan er uren met elkaar over praten zonder eigenlijk echt wat te zeggen. Leiderschap is vooral een kwestie van -zijn- door middel van -doen-. Weer zo'n lekker abstracte term. Hoe leer je dan leiderschap 'zijn' en leiderschap 'doen'?
In dit verhaal wil ik graag een ervaring vertellen die ik afgelopen jaar meemaakte in het onderwijs.
Een prachtig voorbeeld van leiderschap door middel van lezen.
Nieuwe perspectieven, verbinding, inspiratie en je kritisch durven uitspreken! dankzij

Leiderschap door middel van.. lezen!
‘De bijenhouder van Aleppo’.
Het was op zo’n dag dat het nooit licht leek te worden. Miezerig, grauw, koud.
Sinterklaas was al in het land maar de feestvreugde en lichtjes van december waren op de Uithof nog ver te zoeken.
Op de radio in de auto hoorde ik het al.. file op de A28 tussen Amersfoort en Utrecht voor de Uithof.
K! ‘Als ik maar op tijd kom’, herhaalde zich als een soort mantra in mijn hoofd.
De spanning in mijn auto liep nog meer op. Ik kon mij niet meer op de radio concentreren. En met mijn ogen onafgebroken op de tijd die wegtikte vroeg ik mij af of het wel een goede keuze was.
Ging deze les niet compleet in het water vallen?
Het was ook nog eens de eerste les van de redelijke gewaagde nieuwe keuzecursus Kunst en Zorg.
Een keuzecursus die ik met heel mijn hart omarmde en waar ik graag mijn allergrootste liefde voor lezen wilde overbrengen op studenten. Maar op dit moment en op deze plek was het misschien iets te overmoedig.
Het was hun eerste les in deze cursus (ook nog eens door mijn eigen agenda.. omdat ik de rest van de dag op locatie Domstad zat). Het spits afbijten in een nieuwe cursus is het allerbelangrijkste wat er is.
Het gaat om de eerste indruk. Om de start. Als deze niet goed gaat dan bestaat de rest van de cursus uit herstel werkzaamheden. Studenten zijn soms meedogenloos (en terecht).
Lezen tijdens het studiejaar is niet iets waar de gemiddelde student nog heel warm voor loopt. Soms vraag ik het wel eens in de klas gewoon puur interesse. 'Wie leest er wel eens een boek'? De vraag: 'in welk boek ben je aan het lezen?'. Heb ik al lang geleden aan de wilgen gehangen.
In deze mooie nieuwe keuzecursus zou alles aan bod komen om de studenten op een andere manier te laten leren en verbinden met zorg. Kunst, verhalen, muziek, schilderen, theater. Allemaal prachtige manieren van verbinden, leren en vooral ook om je rol als verpleegkundige of social worker te verdiepen en op een andere manier vorm te geven. In deze hoedanigheid was ik gevraagd een tweetal lessen over een boek te geven.
Ik ben geen professional op het gebied van boeken maar lezen is wel mijn allereerste en grootste liefde, het werd dus ook een les uit mijn comfortzone.
Ik voelde mij op een bepaalde manier kwetsbaar, dit ging niet over mijn kennis maar over mijn hart. Ik kon mij niet verschuilen achter mijn rol als docent of supervisor of verpleegkundige.
Nee dit ging over mij.
Na alle jaren onderwijservaring, spelen met de groepsdynamiek en inzicht in hoe je iets overbrengt wist ik voldoende om van een niet geliefd onderwerp toch een leuke les te maken. Maar daarmee zou ik het vandaag niet redden.
Verhit en met een hartslag van over de 100 parkeerde ik de auto in de parkeergarage. Waar er Godzijdank nog ruimte was. Ik rende zo’n beetje over de stoep in de regen, naast het regenboogfietspad door de plassen over de Uithof. Langs broodje Ben en uiteindelijk kwam ik exact op tijd in de theaterzaal.
De theaterzaal had iets gewichtigs, en iets magistraals tegelijk. Het was er donker, met de spotlight op het podium. In de cirkel van de spotlight zat een handjevol studenten.
Nooit eerder had ik zo’n heterogene groep gehad, een heerlijk bond gezelschap.
Nooit eerder had ik in de theaterzaal waar je niet mocht eten en drinken lesgegeven.
Het bonte gezelschap keek mij verwachtingsvol aan, ik voelde niet alleen mijn eigen spanning ook die bij hen was voelbaar.
Koffie, besloot ik ter plekke.
Comfort werd misschien wel mijn enige doel vandaag.
De studenten wilden massaal choco-de-luxe, geef ze eens ongelijk.
En met onze choco-de-luxe, zaten wij even later weer terug in een kringetje op het podium met enkel de spotlight in het midden.
De bijenhouder van Aleppo, was mijn keuze geworden.
Een van mijn lievelingsboeken die mijn hart tot medemenselijkheid nog meer geopend heeft.
‘Had ik dit boek maar eerder gelezen dacht ik vaak’.
Door het verhaal van Nuri en Afra kregen vroegere ervaringen zo’n andere betekenis voor mij.
‘Had ik dit boek maar gelezen’. Toen ik jaren geleden die man op de HIC afdeling in de GGZ destijds steeds moest separeren omdat hij zichzelf in brand stak.
‘Had ik dit boek maar gelezen’. Toen ik op de interne afdeling een dakloze vrouw elke keer terugkreeg op de afdeling omdat haar uiterlijke wonden niet genazen.
Naast dat ik de taal in het boek zo wonderschoon ontroerend vond, ik letterlijk de bijenhoning rook en de zon op mijn gezicht voelde in sommige passages.Wist ik ook dat dit niet bepaald lichte kost was.
Maar ik ‘moest’ dit boek met hen delen.
Ik vroeg het groepje studenten, wie het boek had aangeschaft?
Nagenoeg allemaal!
Yes! Dat begon goed!.
Een aantal in het Engels (ik had het kunnen weten, in mijn hoofd maakte ik een site-note ‘zelf het boek in het Engels aanschaffen’).
Wie had de voorbereiding gelezen? Hakkelend kwamen er verklaringen. Stiekem keek op mijn horloge nog twee uur te gaan, hoe ging ik dit vullen?
‘Dyslexie, geen snelle lezer, Nederlands niet als moedertaal’.
Mijn voorbereiding die ik opgegeven had: lezen tot blz 90 was misschien wel wat ambitieus…
Ter plekke besloot ik alles over boord te gooien. Al die dyslexie verklaringen enz.
'Het boeide niet'.
In de reflectie van een spiegel verscholen achter een gordijn keek ik mijzelf aan, daar zat ik dan met een groepje studenten die mijn alles omvattende weergaloze levens-veranderende lievelingsboek hadden aangeschaft!
Met onze choco-de-luxe in de spotlight waar eigenlijk niet gegeten en gedronken mocht worden.
Ik ademde uit. Ik besloot dat het mij niet uitmaakte. Lezen gaat om comfort. Ik hoefde ze niets te leren dat zou het boek wel doen.
Ik zei ‘het maakt niet uit of je tot blz 5 gekomen bent of tot blz 25 of tot blz 90 of misschien al verder’.
'Wat heeft je geraakt?'
En zo raakten wij in gesprek.
Over Nuri, over Afra.
Vooral over de ‘jongen’.
Waar iets mysterieus omhing maar zo levensecht was. Ik kon natuurlijk niet gaan spoilen en tegelijkertijd keek ik uit naar de volgende les. Waarin wij nog meer in konden gaan op ‘de jongen’.
De studenten lazen hun favoriete passages voor. Een van de studenten met een migratieachtergrond vertelde.
‘Ik ben zo blij dat jullie nu iets van mijn verhaal begrijpen’.
Sommige passages hadden autobiografisch voor hem kunnen zijn.
Soms was het emotioneel, sommige passages waren in en in pijnlijk en verdrietig en raakte het aan eigen pijn, aan mededogen, aan eigen herinneringen.
Bitterzoet.
‘Dat mensen dit moeten doormaken’. Verzuchtte een student.
En dan zeggen wij als zorgverlener vaak: ‘zij zijn nu toch hier in Nederland?, alsof zij daar blij om moeten zijn, met zo’n verleden’, beaamde een andere student.
Voor wij het wisten was de tijd om, de les was zelfs uitgelopen. De volgende docent stond al voor de deur.
De volgende bijeenkomst was in het vroege voorjaar.
Het was een vroege warme lente dag groepjes studenten zaten in t-shirts her en der verspreid op de Uithof, genietend van de eerste zonnestralen.
Wij zaten in een andere theaterzaal, het kringetje was wat kleiner geworden, mensen waren onderweg afgevallen, vertraagd. In het midden scheen de zon door de ramen. Er was onrust. De toetsweek was in aantocht, stukken moesten ingeleverd worden, en de stages begonnen de week erop.
‘Choco-de-luxe?’, vroeg ik, hoewel ik het antwoord kon raden..
‘Nee dank je, wij gaan zo cocktails drinken aan de Oude Gracht’ zei een van de studenten opgetogen.
Het boek was uitgelezen. Eigenlijk al eerder.. Het was ook wel erg lang geleden dat wij elkaar zagen.
'Het boek was te mooi om te laten liggen', was het unanieme oordeel van de studenten.
‘Wij hebben het er met elkaar al eens over gehad‘. ‘
Wij hebben namelijk een boekenclub opgericht, om de zes weken bij iemand thuis’.
(‘Wel met wijn zegt een van de studenten student schuldbewust erachteraan’).
Ik begin hardop te lachen, en beken dat bij mijn leesclub de fles wijn ook meestal opengaat.
‘Over het jongetje en de hoop die van dit boek uitgaat’ praten wij verder. Over trauma en levensverhalen.
‘Elke hulpverlener zou dit moeten lezen’.
Is de unanieme eindconclusie van de studenten.
‘Het maakt je niet alleen een betere verpleegkundige of social worker maar ook een beter mens’.
Wij eindigen met het voorlezen van onze favoriete passages:
‘Wil je het mij vertellen?’ vraagt zij dan. ‘Wil je mij vertellen wat er aan de hand is?’
‘Waarom heb jij Mohammeds knikker steeds bij je?’ vraag ik.
Haar handen vallen abrupt stil.
‘Mohammeds knikker?’ vraagt ze.
(blz 306, uit: de Bijenhouder van Aleppo, Christy Lefteri).
Een aantal weken later sta ik in de lift in het ziekenhuis waar ik op donderdag lesgeef.
Er stapt een jonge vrouw in, ik vermoed een student. Ik kan haar niet helemaal thuisbrengen, maar herken haar wel. Zij lacht naar mij. Terwijl zij even later de lift uitstapt zegt ze:
‘Mijn moeder vond het ook een goed boek’.
‘Het lezen van een roman kan je helpen om leiderschap te tonen’.
Leiderschap leer je niet alleen door theorieën te lezen en (verander) skills aan te leren. Leiderschap begint bij het verdiepen van je zelfkennis, verbreden van je mensenkennis, het verruimen van je blik ten op zichte van andere culturen en uiteindelijk geïnspireerd zijn om je (kritisch) uit te durven spreken over maatschappelijke thema’s.
Wat zegt de literatuur?
- De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum is daar in haar boek: Cultivating Humanity duidelijk over. Volgens haar is het de taak van het (hoger) onderwijs om studenten niet alleen op te leiden als experts in een vakgebied, maar ook tot goede burgers te vormen. Narratieve imagination, een ontwikkeling van het vermogen je in te leven in andere mensen, waartoe de literatuur ons bij uitstek de mogelijkheid toe biedt (Lezen voor het leven. Deugden in de wereldliteratuur, ISVW, 2017).
- Literatuur versterkt niet alleen de verbeeldingskracht en emoties wanneer je boeken leest die verder van je cultuur afstaan. Het maakt je ook scherper bewust van menselijke problemen in een bepaalde plaats en tijd. Ten derde biedt het ook een ander perspectief door je mee te nemen in een bepaald wereldbeeld wat inspiratie geeft om dat wereldbeeld te bekritiseren (Stichting Nivoz).
Leiderschap tonen door:
Menselijkheid, verbeeldingskracht, scherper bewustzijn en kritisch durven zijn.
Wil je mijn verhalen lezen over mijn reis van zorgverlener naar zorgvrager?
