
In al mijn verschillende identiteits-rollen vond een verschuiving plaats. Als persoon, als degene die ik dacht wie ik was, degene die ik wilde zijn.
Alles ging gepaard met zoeken naar nieuwe zekerheden. Mijn rol als moeder was misschien nog wel het meest ingewikkeld.
‘Ik ben opeens een moeder met kanker’.
-Een moeder die ongeneeslijk ziek is-.
Onzekerheid
Over de behandelingen, over het verloop, over de toekomst.
Gedachten
‘Maak ik mee dat zij een diploma halen, dat zij een serieuze relatie krijgen, dat zij een volwassen leven gaan leiden, een huis gaan kopen, gaan samenwonen, dat zij kinderen krijgen?’.
Ik was een moeder die altijd veel aan het werk en de studie was geweest. Alles een beetje met houtjes en touwtjes aan elkaar knoopte. Zodat ik zo min mogelijk zou missen van het moederschap; het helpen met doe-middagen en als trotse moeder tussen andere ouders bij de weeksluitingen en alle daarbij behorende playbackliedjes, dansjes, goocheltruckjes en moppen tapperijen op de tribune zat.
Het was niet altijd gelukt.
Had ik het goed genoeg gedaan? Had ik ze voldoende meegegeven om het leven aan te kunnen? Om fijne en goede volwassenen te worden?
Ongewild en onbedoeld stortte ik hen met mijn ziekte in een nieuw trauma. Iets wat ik altijd probeerde te voorkomen.
‘Een moeder die ongeneeslijk ziek is’, op sommige momenten ben ik blij dat ik zo jong kinderen heb gekregen. Ook ben ik blij dat mij dit treft, en niet een van mijn dochters. ‘Hoe onverdraaglijk zou dat zijn’?
Desalniettemin denken mijn dochters daar niet zo over en hebben zij te dealen met een zieke moeder.
‘Alles moet doorgaan!’
zei ik vanaf het allereerste begin tegen ze.
Studie, opleidingen, werk, reizen, vakanties, uitgaan, festivals, sporten, kamers, welke plannen zij ook maken,
niets mag hieronder lijden!!.
‘Natuurlijk mam’,
zeiden ze braaf (als welopgevoede kinderen).. en ik zag dat het niet zo was.
Ik had zo graag iets anders voor hen gewild.
Onbevangen genieten. Onbevangen dromen. Onbevangen leven.
Onbevangen volwassen worden.
Ondanks dat de relatie op sommige momenten intenser was, leek de puberteit af en toe ook weer terug te zijn. Ik kreeg flashbacks van de middelbare schooltijd (waarvan ik zo blij was dat dat achter ons lag)….
Regelmatig knalde er weer een deur in de sponning, was er maximale irritatie, rollende ogen en ruzie met elkaar, met mij.
Leek ik zelf alleen maar te kunnen mopperen over de vaat die niet in de vaatwasser stond maar op het aanrecht en alle andere mogelijke plekken van het huis. Schoenen die her en der door het huis verspreid lagen. Terwijl ik toch 1000 keer had gezegd. ‘In de gang’.
Iets wat mij nooit eerder zo stoorde… of misschien wel maar wellicht overschaduwde andere gedachten dit waardoor het niet zo belangrijk leek.
Ik snapte steeds minder van mijzelf. Je zou toch denken dat als je zo ziek bent en je zo’n traject te wachten staat dat een vergeten bord op de houtkachel of op de slaapkamer nou ook niet meer zoveel uitmaakte. Blijkbaar wel dus..
Ik vergat werkelijk alles in het korte termijn geheugen, dingen die zojuist verteld waren.
‘Mam dat heb ik net gezegd!, dat heb ik gisteren nog verteld?, weet je zeker dat je geen Alzheimer hebt?’.
Soms zijn hele stukken in het hier en nu weg.. ik raakte sowieso altijd mijn spullen kwijt maar dat is nu zo ongeveer verdubbeld. Zo dat een groot deel van mijn dag bestaat uit het zoeken van spullen.
Irritant, frustrerend, tenenkrommend en ingewikkeld voor allemaal….
-Ingewikkeld om met elkaar een weg te vinden in het donkere woud kanker, waarin iedereen tot zijn recht komt. Waar iedereen wordt gezien en gehoord.-
Het enige wat ik kon doen op zoek naar een weg was:
Op pad gaan als door een donker bos, met hoge bomen aan beide kanten, bladeren, mos en takken op de grond. Daaronder een netwerk aan wortels waarover je kan struikelen of kan uitglijden.
De meeste onzichtbaar.
Op deze nieuwe weg leek het mij het beste om maar dichtbij elkaar te blijven, om niet te verdwalen. Te verdwalen in onze eigen manieren van verwerking, ons verdriet, soms botsende karakters, angsten en meningen over wat goed was om te doen.
En dat is best een klus.
Er zat niets anders op dan deze weg met elkaar te gaan ontdekken.
Zoeken naar een weg door een donker bos met wortels waar je over kan struikelen en bladeren waar je over kan uitglijden.
Muziek:
Acda & de Munnik; Song: Vandaag ben ik gaan lopen Album: In Oranje soundtrack; 2004
Afbeeldingen:
Eigen fotocollectie
‘Vandaag ben ik gaan lopen’
Volgend verhaal: Zorgvrager-zijn ben je samen
