
‘Ja als ik terug kon in de tijd, dan wel met jou’.
En op dat moment begon het besef dat het zwaar zou worden, dat ik eigenlijk heel erg ziek was en dat niets meer zekerheid gaf. Daarnaast begon zich ook een ruimte in mij te vullen. Een ruimte van hoop en energie, een ruimte waarin alle verlangens en wensen die ik had, heb en voor de toekomst had bewaard als water tegen rotsen aanbeukten.
Terwijl het binnenin mij kolkte en beukte als een zware storm,
moest ik door naar de PET scan. Weer een wachtkamer vol mensen. Ik werd vrij snel geroepen en mocht mee achter de donkere klapdeuren.
Het deed mij een beetje aan als een soort mortuarium hoewel het niet eens in de kelder was. Er was geen daglicht en het was er donker, de gangen werden met onheilspellende TL-buizen verlicht. Ik moest in een kamer op een soort bed/ brancard gaan liggen.
Een kamer zonder ramen,
het leek op een soort cel. Het deed mij denken aan een thriller opgenomen in een oud ziekenhuis waarbij je de onheil al voelt terwijl je alleen maar de beelden ziet.
Lezen mocht niet, links achter mij stond een radio.
Ik moest een zender kiezen die zij zou instellen.
Het contact was functioneel. Op empathie heb ik haar niet kunnen betrappen. Ik vroeg mij bij mijzelf af of zij het wel leuk vond -met mensen- of dat ze het vooral heel leuk vond om zo’n grote PET scan te bedienen.
Ik kreeg een infuus. Ik zei nog
‘liever links daar ben makkelijker te prikken aldus de bloedbank’.
Zij had liever rechts geen idee waarom. Ik voelde al dat zij mis prikte. Een gemene pijn,
-ik zei: ‘je zit mis doe maar links’,
zij zei ;’ ik kan hem misschien wel opspuiten’,
ik dacht ‘ No way’ met al dat contrast een naaldje wat in basis niet goed zit opspuiten is niet perse hogere wiskunde om te begrijpen dat dat veel pijn gaat doen.
Harder en onaardiger dan ik bedoelde zei ik.
‘Prik hem maar links’.
Hij zat direct goed. Ik kreeg een deken en een bel en weg was ze.
Daar lag ik alleen, in een kamer zonder daglicht terwijl het contrast vloeistof zich door mijn aderen verspreidde.
De ruimte met golven hoop die in mij woedden maakte plaats voor lichtelijke paniek. Ik ben nooit claustrofobisch geweest maar dit was net even next level.
Ik moest hier een uur liggen.
Een uur!!!
De radio stond aan. Links hing een klok tegen een vaalachtig, beige gestukte muur. Ooit was dit misschien wit geweest dacht ik. Met mijn ogen volgde ik de plafondplaten met af en toe een kier of scheur (zouden er hier muizen zijn? vroeg ik mij af).
Het TL licht scheen fel. Een zware deur met een hendel, geen klink. Dit zou ‘maar‘ een uur duren.
Ik probeerde rustig in en uit te ademen. Langzaam hervond ik weer wat rust. Ik moest het komende uur in deze spooky ruimte met mijzelf redden. Gedachten kwamen.
Het geluid van de radio vulde de ruimte.
‘Als ik terug kon in de tijd, dan met jou’.
Een ding wist ik zeker: ‘ Het moet anders. Ik ga nooit meer van die bizarre werkweken maken’. Ik keek terug op de afgelopen jaren. Hoewel ik altijd een harde werker was geweest begon vier jaar geleden de echte disbalans.
Studie naast een vijfdaagse werkweek, naast een alleenstaand huishouden met twee puberdochters, een sociaal leven en een LAT-relatie.
‘Wat had ik te bewijzen, waarom ging ik altijd voor maximaal?’
Hoewel het leek alsof ik het allemaal kon en mensen mij regelmatig vroegen hoe ik dat allemaal voor elkaar kreeg (wat stiekem heel erg lekker was).
Hoe mensen die wat dichterbij stonden durfden te vragen;
‘waarom werk je zoveel en hard’.
Ik dan steevast: ‘bevlogenheid’ zei.
Dacht ik nu: ‘Echt pure roofbouw. Dat nooit meer’.
Wat wel na deze ziekte kan ik niet overzien maar er moet echt meer balans komen meer aandacht.
Ook realiseerde ik mij met een bitterzoete glimlach dat het allemaal gewoon doorging zonder mij.
Gewoon met een klik op ‘verzenden’.
-mijn afwezigheid in de mail, een verwijzing naar de mensen die mij overnemen en…. er ging helemaal niemand dood-.
‘Ik was gewoon vervangbaar’.
Work hard, play harder, ik stond altijd aan, dacht het maximale uit het leven te halen. In gedachten zag ik mijzelf staan en hoorde mijzelf afgelopen jaar een keer tegen mijn leidinggevende zeggen.
‘Ik speel champignons league, of ik speel niet’. (what was i thinking?????)
Terwijl ik luisterde naar Yves Berendsen op de radio, realiseerde ik mij.
Ik ga misschien geen dagen aan het leven toevoegen, maar wel leven aan mijn dagen.
Dag bij dag! En dat misschien nog wel 10 jaar? Met een beetje mazzel 20?!!!!!
Ik begon lijstjes te maken in mijn hoofd van wat ik wilde en zou doen als ik terug was van de PET scan. En vooral ook met wie.
Wie wilde ik bij mij hebben als ik straks doodziek op bed lig? Als ik zonder haar, omdat de pruik te ongemakkelijk zit, kotsend boven de wc hang? Wie mag ervoor mij zorgen? Wie vangt mij op? Wie kan mij opvangen?, al mijn lagen?
En zo vormde zich een heel lijstje mensen die ik om mij heen wilde. Gek hoe makkelijk en intuïtief dat gaat. Terwijl ik daar lag te wachten met een voortstuwende radioactiviteit door mijn lijf kwam mij zelfs een supervisorische vraag binnen vallen.
“Wat heb jij te doen richting jezelf, en de ander?”.
Naast mijn gebruikelijke waslijst, kon ik nu kort zijn.
‘Maximale betrouwbaarheid en veiligheid’ was mijn antwoord. Voor relaties waarin ik iets moet doen om te ontvangen, of waarbij er onvoldoende ruimte is voor mij, gaan er niet meer in. Soms zijn er nog onaffe eindjes met mensen, zaken die schuren en die soms als een zwerende vinger onderhuids gaan etteren en woekeren. Hoe ga ik dat doen? Onbetrouwbaarheid wil ik niet meer incasseren.
Zo liggend en kijkend naar de veel te traag tikkende klok, de vale beige muur en de plafondplaten met scheuren beantwoorde ik de supervisorische vraag die ik zo vaak als supervisor stelde.
Ik had mijn antwoord:
‘betrouwbaarheid en veiligheid onderscheiden van andere ongezonde patronen’.
Ik zal het richting de ander niet altijd goed doen en hebben gedaan maar soms is dat ook wat het is.
Open eindjes blijven open eindjes.
Dankbaar besefte ik mij hoeveel mensen ik om mij heen had die betrouwbaar waren en die mij veiligheid konden geven.
Ook de PET-scan duurde eindeloos, het draaide om mij heen. Nieuwe contractvloeistof werd gelanceerd. Ik stond in de fik, het leek alsof ik in mijn broek plaste.
Ik was een vat vol radio-activiteit.
Na de PET-scan zaten mijn partner en dochters in het restaurant op mij te wachten en dankbaar plofte ik bij hen op de bank. Wij konden gaan plannen! mijn wensen, hun wensen, de regelzaken.
‘Als ik terug kon in de tijd, dan wel met jou’.
Lees mijn volgende verhaal:

